Gepubliceerd op 22/04/2026
Deze analyse behandelt de geldigheid en de beperkingen van niet-concurrentiebedingen in de context van aandelenoverdrachten en aandeelhoudersconflicten, met bijzondere aandacht voor de recente rechtspraak van het Hof van Cassatie en de feitenrechters.
1. Fundamentele Rechtsgrond: Vrijheid van Ondernemen
De hoeksteen van het Belgisch economisch recht is de vrijheid van ondernemen, verankerd in de artikelen II.3 en II.4 van het Wetboek van Economisch Recht (WER). Dit principe is van openbare orde. Beperkingen hierop via een concurrentiebeding zijn slechts geldig indien zij cumulatief voldoen aan strikte proportionaliteitsvereisten.
2. Geldigheidsvoorwaarden en Proportionaliteit
Een concurrentiebeding bij een aandelenoverdracht moet noodzakelijk zijn voor de bescherming van de legitieme belangen van de koper (doorgaans het behoud van cliënteel en knowhow) en mag de vrijheid van handel niet nodeloos beknotten
|
Criterium |
Toelichting en Rechtspraak |
|
Duur |
Maximaal 3 jaar bij overdracht van cliënteel én knowhow; maximaal 2 jaar bij enkel cliënteel. Langere termijnen vereisen een specifieke, concrete motivering (Cass. 25 juni 2015; Cass. 14 september 2017). |
|
Geografische reikwijdte |
Beperkt tot het gebied waar de verkoper effectief actief was of waarin reeds was geïnvesteerd. Wereldwijde of onbeperkte bedingen zijn principieel ongeldig (Hof van Beroep Luik 13 december 2012). |
|
Activiteiten |
Enkel de activiteiten die de kern uitmaken van de overgedragen onderneming mogen |
3. De Leer van de Matigingsbevoegdheid
Een cruciale evolutie in de rechtspraak betreft de gedeeltelijke nietigheid. Indien een beding te ruim is qua duur, ruimte of activiteit, kan de rechter het beding “matigen” tot de wettelijk aanvaardbare grenzen, mits dit beantwoordt aan de gemeenschappelijke bedoeling van partijen (Cass. 25 juni 2015). Dit voorkomt dat het volledige beding wordt vernietigd, wat vaak de voorkeur geniet in commerciële transacties.
4. Strafbedingen en Boeteclausules
Forfaitaire schadevergoedingen bij inbreuk zijn matigbaar door de rechter indien deze “manifest buitensporig” zijn. De rechter toetst of het bedrag de werkelijk te verwachten schade door de schending redelijkerwijs overstijgt (Hof van Beroep Luik 13 december 2012).
5. Impliciete Verplichtingen bij Overdracht
Ook zonder expliciet contractueel beding rust op de verkoper/inbrenger een wettelijke verplichting tot niet-concurrentie op grond van de vrijwaring voor eigen daad. Dit verbod is echter beperkt tot de “noodzakelijke termijn” om het cliënteel te binden, met een indicatieve bovengrens van 5 jaar (Cass. 10 januari 2025).
6. Conclusie voor de Praktijk
Bij het redigeren van aandeelhoudersovereenkomsten (SHA) is een chirurgische precisie vereist. Een ‘one size fits all’ clausule riskeert matiging of nietigheid. Het verdient aanbeveling om:
- De duur te beperken tot 2 à 3 jaar.
- De geografische perimeter te staven met de feitelijke klantenlijst.
- Expliciet te voorzien in een matigingsclausule die de partijwil bevestigt in geval van gedeeltelijke nietigheid.
Referenties
- Hof van Cassatie, 25 juni 2015 (AR C.14.0416.N)
- Hof van Beroep Luik, 13 december 2012 (2011/RG/1053)
- Hof van Cassatie, 14 september 2017 (AR C.16.0440.N)
- Hof van Cassatie, 10 januari 2025
- Art. II.3 – II.4 Wetboek Economisch Recht (WER)
Tim De Clercq
Advocaat / oprichter
info@taloadvocaten.be+32 3 612 57 60
+32 3 612 57 69
Mter. De Clercq
Meer artikels
